gesprokenDe DSM-5: acht antwoorden van psychiater Michiel Hengeveld

[1] Staan er in de DSM-5 veel meer stoornissen dan in de DSM-IV?

‘Er zijn er een paar bijgekomen, maar er zijn ook categorieën samengevoegd, zoals ASS (autismespectrumstoornissen) en de leerstoornissen. Het uiteindelijke aantal is daardoor kleiner.’

[2] De DSM-5 ligt er te vroeg. Omdat uitgever APA (American Psychiatric Association) in geldnood zat, is het boek gepubliceerd terwijl er nog meer onderzoek nodig was geweest. Dat is handig verpakt door alvast updates in de vorm van een versie 5.1, 5.2 enzovoorts aan te kondigen, maar toch…

‘Het is een halfproduct, dat is wel een tikje frustrerend. Hun budget was op omdat ze het zo groots hadden opgezet. Al die commissies en werkgroepen moesten worden betaald. Dat neemt niet weg dat er verschillende verbeteringen in zitten. Stoornissen worden meer vanuit de levensloop bekeken, de assen zijn eruit, en er is een nieuw meetinstrument (de WHODAS) dat veel beter kan meten hoe het met iemand gaat dan het vorige (de GAF-score).’

[3] Waarom heet het ‘Handboek voor de classificatie van psychiatrische stoornissen’. Wat is het verschil tussen classificeren en een diagnose geven?

‘Classificeren kan iedereen die een gestandaardiseerd interview kan afnemen. Een classificatie is patiënt-neutraal. Een diagnose stelt een specialist zoals een klinisch psycholoog of een psychiater op grond van allerlei individuele kenmerken van een patiënt. Denk bijvoorbeeld aan de ernst van de ziekte, genetische- en omgevingsfactoren, en de prognose. De DSM-5 bevat classificatiecriteria die specialisten kunnen gebruiken bij het stellen van een diagnose. Maar het is geen diagnostische bijbel. Dat willen we met deze vertaling duidelijk maken.’

[4] Nu maar hopen dat de overheid, de zorgverzekeraars, de hulpverleners en ook (potentiële) patiënten die de DSM-criteria als afvinklijstjes gebruiken, dat ook begrijpen.

Als je een DSM-classificatie hebt, betekent dat niet dat je dús zorg nodig hebt. Andersom kun je zorg nodig hebben zonder dat je een classificatie hebt. En dat geldt ook voor een diagnose. Ik krijg regelmatig mensen op mijn spreekuur die vooral willen begrijpen wat er met hen aan de hand is. En ik zie ook weleens mensen die volgens mij helemaal niet geholpen zijn met een officiële diagnose. Die geef ik dan ook niet.’

[5] U mocht de tekst natuurlijk niet veranderen, maar u was het vast niet met alles eens. Waarmee niet?

De criteria voor ADHD bij volwassenen vind ik tamelijk ruim, je kunt dat nu wellicht te gemakkelijk classificeren. ADD vind ik een veel te gemakkelijk gestelde diagnose. Aandachts- en concentratieproblemen komen bij alle psychische kwalen en stoornissen voor. Een nieuwe stoornis bij jonge kinderen, de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, hoeft voor mij niet. Het zijn kwaaiige kinderen, maar is kwaaiigheid een psychische stoornis? We hebben trouwens sommige dingen wel veranderd. Zo heeft in de Amerikaanse DSM-5 elke stoornis een paragaaf ‘cultureel’ waarin typisch Amerikaanse groepen worden besproken, zoals Indianen. Dat hebben we in de Nederlandse vertaling geschrapt.’

[6] U bent heel dicht bij de Engelse terminologie gebleven. Waarom?

‘We wilden dat de termen zo precies mogelijk werden vertaald. ADHD bijvoorbeeld heette tot nu toe ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’. In de Nederlandstalige DSM-5 is dat ‘aandachtsdeficiëntie/hyperactiviteitsstoornis’ geworden. Zodat mensen niet denken dat het komt doordat ze in hun leven te weinig aandacht hebben gehad, iets wat ze nu wel denken. ‘Conduct disorder’ werd tot nu toe soms vertaald als ‘gedragsstoornis’ en soms als ‘antisociale-gedragsstoornis’. Het gaat om gedrag met een antisociaal karakter, daarom hebben we het vertaald als normoverschrijdend-gedragsstoornis.’

[7] Zou uzelf psychische stoornissen ‘hersenziekten’ noemen?

‘Nee. Er zijn meer en minder neurobiologisch gerelateerde stoornissen, maar het is niet zo dat je hersenen ziek worden en het daardoor allemaal misgaat in je leven. Een psychische stoornis is meer dan orgaanfalen. Helaas zijn psychologen zo langzamerhand alleen nog maar biopsychologen en neurospsychologen. Ze verzaken hun eigen vak.’

[8] Critici zeggen dat een diagnose tegenwoordig wel erg gemakkelijk wordt gegeven. Normaal gedrag wordt gemedicaliseerd.

‘Of gedrag zo problematisch is dat we het een stoornis noemen, wordt niet bepaald door psychiaters. Dat is uiteindelijk een maatschappelijke beslissing.’

– – – Een veel uitgebreider interview met Michiel Hengeveld verschijnt begin mei in De Psycholoog.