De valkuil die preventie heet

Goedemiddag dames en heren. Ik vind het een eer dat ik als journalist het woord tot u mag richten op deze feestelijke dag.

U viert tien jaar Geestkracht, een veelomvattend onderzoeksprogramma waarin grote consortia met elkaar samenwerken om meer inzicht te krijgen in psychische aandoeningen. Al die wetenschappelijke inzichten moeten uiteindelijk leiden tot betere behandelingen van patiënten.
Want om hen gaat het toch: de mensen die lijden onder aandoeningen waarover psychiaters het lang niet altijd eens zijn, waar hulpverleners lang niet altijd raad mee weten, en die patiënten zelf kunnen overvallen en verrassen.

De geestelijke gezondheidszorg heeft nog altijd last van een imagoprobleem, waardoor ze minder gemakkelijk geld krijgt van politiek en publiek als hun collega’s in de somatische zorg. Iets wat ‘tussen de oren’ zit wordt in de regel minder serieus genomen dan een ‘echte’ kwaal.  Ik kan me een minister van Volksgezondheid herinneren, Hans Hoogervorst, voor wie de uitdrukking ‘tussen de oren’ zelfs synoniem was voor ‘aanstelleritis’. Als het ‘tussen de oren’ zit, dan kan het nooit echt wat zijn.

U en ik zijn het erover eens dat dat onzin is.
Ook denk ik dat u en ik het erover eens zijn dat er meer en beter geïmplementeerd moet worden in de zorg, dat ervaringskennis meer en beter moet worden benut, dat multi- en vooral interdisciplinariteit in het wetenschappelijk onderzoek hard nodig zijn, dat het nodig is om stevige bruggen te slaan tussen de academie en de instelling, tussen de onderzoeker en de hulpverlener, en tussen die twee en de patiënt. Moet ook allemaal ‘meer’ en ‘beter’.

Maar waar u en ik het, denk ik, niet over eens zijn, is over de zegeningen van preventie, dat toverwoord dat ik steeds overal tegenkom.
Daarom wil ik het daar de komende minuten over hebben.

Geestelijke gezondheid is van ons allemaal; net zoals lichamelijke gezondheid moet hij begrepen en onderhouden worden, en zo mogelijk gerepareerd. Maar het voorkómen van aandoeningen is toch eigenlijk het mooiste wat er is.
Als iedereen nou maar overal alert is: de leerkrachten, de huisarts, de maatschappelijk werker, de fysiotherapeut, de dokter in al zijn verschijningsvormen, de hulpverlener in al zijn gedaanten, en gewone mensen niet te vergeten: ouders, mantelzorgers, familie, buren – nou ja, zoals ik al zei: iederéén, inclusief de onderzoekers met hun BOLD-scores en fMRI-scans. Dan kunnen de Juiste inzichten en de Juiste voorlichting en de Juiste mentaliteit en de Juiste timing ervoor zorgen dat heel wat ellende wordt vermeden.

Het ultieme doel van preventie, nooit meer iemand ziek, is een doel dat vanzelfsprekend nooit gerealiseerd zal worden. Maar het streven ernaar lijkt wél vanzelf te spreken.
En wie streeft naar nooit meer iemand ziek, gaat middelen inzetten waardoor dat doel zo veel mogelijk wordt benaderd. Controle, screening, monitoring, interventies.
Dat klinkt voor een individuele patiënt misschien heel redelijk, al valt ook dáár wel wat op af te dingen, maar het is maar de vraag hoe wenselijk dit maatschappelijk is.

Preventie hoog in het vaandel voeren, brengt ten minste twee potentiële nadelen met zich mee:
EEN gezonde mensen bestaan straks niet meer, en
TWEE mensen raken de regie over hun eigen leven kwijt.
Ik zal beide nadelen toelichten.

Ik begin met de EERSTE: gezonde mensen bestaan straks niet meer.

Wanneer iemand al vanaf zijn geboorte vragenlijsten moet invullen die moeten bepalen of hij een verhoogd risico loopt op dit en een vergrote kans heeft op dat, voelt hij zich al bijna vanzelf niet meer een gezond mens, zelfs al is hij kerngezond.
Hij wordt een potentiële zieke, voortdurend bedacht op allerlei gevaren die zich schuil kunnen houden in de kleine hoekjes van zijn bestaan.
Want potentiële zieken, hoe gezond ook, kunnen van alles gaan mankeren. Werkelijk, je kunt het zo gek niet bedenken of je zou het kunnen krijgen. Ga googlen en je wordt gestoord.
Dat het een kans van 1 op heel erg verschrikkelijk veel is om gestoord te worden, dat maakt niet zo veel uit. Mensen zijn niet rationeel; als dat wel zo was, konden de loterijen wel sluiten. Zoals bijna iedereen zichzelf de hoofdprijs ziet winnen, schat ook iedereen de kans dat het noodlot hem treft veel te hoog in. En dat maakt onrustig.

De medische markt van preventieve bodyscans speelt met succes in op die onrust. Gaat het wat onze geestelijke gezondheid betreft ook die kant op? Laten mensen straks een mentale check-up maken om erachter te komen of ze niet latent depressief of angstig zijn? Of ze misschien aanleg hebben voor het ontwikkelen van psychoses?
Psychiaters en psychologen beschikken over talloze testbatterijen die mensen kunnen helpen, maar ook nodeloos ongerust kunnen maken. De zelftests die nu al in grote aantallen op internet circuleren, hebben vrijwel altijd als eindadvies dat je maar beter even de huisarts kunt raadplegen.
En dat komt niet alleen omdat ze te simpel zijn. Je kunt het namelijk ook omdraaien: hoe uitgebreider en verfijnder een testbatterij is, hoe groter de kans dat degene die hem invult wel ergens in iets afwijkt.

Laten we in dit verband ook de neurowetenschappers niet vergeten, de huidige Nieuwe Goden, met hun geavanceerde technologische apparatuur.  ‘Komt u maar in de scanner, mevrouw, en bekijk deze plaatjes. Dan maken wij een serie afbeeldingen van uw hersenen waarop we kunnen zien of uw netwerken wel okay zijn. Misschien zien we wat te weinig grijze stof hier, en een slecht gemyeliniseerde verbinding daar.
Of dat binnen de normale variatie valt, vraagt u? Tja, wat zullen we ervan zeggen. Het zou beter kunnen.’

DNA-zelftests voor nare lichamelijke ziekten zijn al in de handel. Straks kunnen we middels een genetische test misschien ook weten of onze psychische gezondheid mogelijk gevaar loopt. En als dat zo is, dan kunnen we wellicht preventief aan de slag om te proberen dat risico te minimaliseren.

Zo wordt de mogelijkheid dat je angstig en depressief wordt omdat je toch echt niet 100 procent normaal bent, of dat misschien in de toekomst niet meer zúlt zijn, vanzelf een selffulfilling prophecy.
De werkgelegenheid in de geestelijke gezondheidszorg zal niet lijden onder zo’n ontwikkeling. Maar volgens mij hebt u aan uw echte patiënten al uw handen vol. Laat daarom die potentiële zieken gewoon gezond blijven. Dat is voor iedereen beter.
Dan punt TWEE dat ik noemde: preventie kan in botsing komen met de eigen regie van mensen.

Preventie gaat samen met inzicht, overzicht en toezicht.
Inzicht in HOE er mogelijk iets mis kan gaan; overzicht op WAT er allemaal mis kan gaan; en toezicht op het voorkomen daarvan. Daarvoor moet een vracht aan gegevens worden verzameld, liefst vanaf het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Mensen worden opgenomen in systemen die ze niet kunnen beheersen, en beoordeeld door professionals die ze nauwelijks kennen. Maar ja, het is ‘voor hun eigen bestwil’.

Preventie gaat namelijk hand in hand met paternalisme. En vertel me nu niet dat dát de hulpverlening vreemd is. Vertel me ook niet dat sommige mensen dat paternalisme hard nodig hebben, want dat besef ik heel goed.
Maar het is wat anders om een benadering die op individueel niveau nuttig kan zijn, bijvoorbeeld omdat iemand geen ziekte-inzicht heeft, op allerlei niveaus en voor iedereen toe te passen.

Ik denk in dit verband aan vragenlijsten en andere dataverzamelingen waarop degene die de gegevens aanleverde helemaal geen grip heeft, maar die wel wordt geconfronteerd met de resultaten ervan.
Want dan kan worden gezegd: ‘Gezien onze gegevens’ – let trouwens ook op het woord ‘onze’; iemands eigen gegevens zijn blijkbaar al niet meer van hem – dus: ‘Gezien onze gegevens, raden wij u aan om…’ Of: ‘Zou het goed zijn als u…’ Of: ‘Kunnen wij u helpen om…’

Preventie kan zo een middel worden om mensen te dwingen in de pas te lopen. Ze maken zelf geen keuzen meer; de keuzen worden voor hen gemaakt. Waarom?
Omdat, is dan vaak het argument, ‘ze zelf onvoldoende kennis hebben om een goed geïnformeerde keuze te maken. En dat kun je ook niet van ze verwachten. Het leven is zooo complex en ingewikkeld geworden! Dat kun je maar beter overlaten aan ons, professionals, die het beste met je voor hebben.’

Die professionals hebben zich gecommitteerd aan het mooie streven dat iedereen maatschappelijk moet kunnen meedoen. Een mooi streven dat helaas ook een dekmantel is voor het doorvoeren van bezuinigingen en het afdwingen van aangepastheid.

Paternalisme, hoe goedbedoeld ook, krijgt zo ook een politieke kleur; preventie komt in dienst te staan van het gebod om je binnen economisch en politiek-maatschappelijk vastgestelde kaders te gedragen, en een verbod om je eigenaardige, onaangepaste zelf te zijn.

Preventie gaat dan samen met beheersing, controle en dwang als degenen die ervoor pleiten en ernaar streven, in hun enthousiasme deze valkuilen niet zien, of zelfs voor lief nemen, onder het motto ‘het doel heiligt de middelen’.

Zo kan een goedbedoeld idee ontaarden in een vorm van opperste bemoeizucht die mensen de eigen regie over hun leven afpakt in plaats van versterkt.

Het zou daarom goed zijn als u zich bij tijd en wijle realiseert dat de systematische neerslag van inzicht, overzicht en toezicht ertoe kan leiden dat menselijke individuen uit zicht raken, omdat ze ondergeschikt worden gemaakt aan systemen die zeggen hen te dienen, maar hen in feite overrulen.

Samengevat: gaat u alstublieft niet zó hard op zoek naar mogelijke gezondheidsrisico’s, dat zo’n beetje alle gezonde mensen potentiële zieken worden.
En weest u alstublieft beducht op controlesystemen en vormen van bemoeizucht die ertoe leiden dat mensen hun autonomie verliezen.

Dank u wel voor uw aandacht.

 

***Deze column heb ik uitgesproken tijdens het congres GeestKrachtigvooruit op 24 maart 2011. Tijdens dit slotcongres werd teruggekeken op tien jaar Geestkracht, een grootschalig onderzoeksprogramma voor de GGZ.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *