Het klassieke medische ziektemodel maakt ons nodeloos ziek, en ongelukkig bovendien

Geef mensen de regie terug over hun leven, en beschouw gezondheid als een middel, niet als een doel

Ik ga jullie wat vertellen over gezondheid, ziekte en geluk. Da’s eenvoudig, he? Want onze gezondheid is het belangrijkste wat we hebben. Zonder gezondheid geen geluk. We zijn als de dood voor ziekte – en dat is precies ons probleem.
Wie en wat we ziek en gezond noemen, is afhankelijk van verschillende factoren. Daarvan wil ik graag een paar uitlichten.

—Door verscherpte normen sneller ziek
Om te beginnen hangt dat af van onze definitie van gezondheid: hoe scherper die is, hoe sneller we variaties daarop als afwijkingen of gebreken zullen definiëren, en hoe zieker we dan met z’n allen worden.
Je ziet dat aan verscherpte normen voor bijvoorbeeld bloeddruk en cholesterol, waardoor er ineens een berg patiënten bij komt. Als straks de norm voor gezondheid is dat je de halve marathon binnen de twee uur moet lopen, stikt het van de patiënten. Waarschijnlijk is 90% van de mensen hier alcoholist volgens de officiële norm: u drinkt twee glazen alcohol per dag, zeven dagen per week.

Nou neemt u dat alcoholisme waarschijnlijk met een korreltje zout, en die halve marathon, dat is natuurlijk een belachelijk voorbeeld. Maar je mag je wel afvragen hoeveel zin het heeft om voor gezondheid steeds scherpere normen op te stellen. Wie heeft daar baat bij? Gezond zijn is niet hetzelfde als je gelukkig voelen, of een prettig leven leiden. En dat is toch waar het in de gezondheidszorg om moet gaan, niet om de getallen op de bloeddrukmeter of op de weegschaal.

—Iedereen een potentiële zieke?
Wie we ziek of gezond noemen, hangt ook af van de angst die we hebben om ziek te worden. Die angst proberen we in bedwang te houden door preventieve maatregelen te treffen. Baby’s worden gevaccineerd, jonge meisjes en ouderen ook. Bij baby’s is dat nuttig, maar het baarmoederhalskankervaccin werd in twijfel getrokken en over het griepvaccin bestaan ook veel twijfels.
Er zijn discussies over nut en nutteloosheid van allerlei soorten screening, denk bijvorbeeld aan bevolkingsonderzoek naar darmkanker en naar prostaatkanker, zelfs borstkankeronderzoek staat ter discussie. Screening zou leiden tot overbehandeling en overdiagnostiek, en mensen tot kankerpatiënt maken die dat anders nooit waren geweest.

Ik sprak ooit met een Nijmeegse wetenschapper, hoogleraar fysische organische chemie Wilhelm Huck, die stelde dat we allemaal potentiële zieken zijn, omdat we niet weten wat er onzichtbaar in ons woekert. Volgens dat idee zijn we allemaal ziek, alleen sommige van ons weten het nog niet.
Intussen is preventie nog altijd het toverstokje dat de gezondheidskosten moet beteugelen; terwijl preventie vaak vooral erg veel geld kost.

—De ziekte van het sociale isolement
Wie we ziek of gezond noemen, hangt ook af van de sociale en maatschappelijke ruimte die we hebben voor zieke mensen, anders gezegd: de mate waarin mensen mogen meedoen. Wie snel wordt afgeserveerd, voelt zich niet alleen gemakkelijker ziek, maar is en blijft dat ook.
Mensen die vanwege een gebrek of afwijking niet mee mogen doen, veranderen van ‘anders’ in ziek, en gaan zich een patiënt voelen. Patiënten horen thuis. Daar kunnen ze opknappen, en als dat er niet in zit, vallen ze ons tenminste niet lastig. Maar een van de ergste ziekten die er zijn, is de ziekte van het sociale isolement.

Dat is geen ideologische prietpraat, daar is gewoon degelijk onderzoek naar gedaan. Zelfs wondjes genezen sneller als iemand ingebed is in een sociaal netwerk, zoals een aantal dierbare vrienden, betrokken naasten of belangstellende buren.
Ook veel psychiatrische patiënten zijn veel beter af in een netwerk dat hen stimuleert en bij van alles betrekt, dan in hun eentje pillen slikkend op de bank. Dan helpt het trouwens ook niet heel erg om die bank van een instelling naar een woonwijk te verhuizen. Dat is het begin van een mogelijke oplossing; maar niet de oplossing zelf.

—Ideaalbeeld is onhaalbaar en ondermijnt zorgzaamheid
Wie we ziek noemen of gezond, hangt ook af van ons referentiekader. Als alleen opgewekte mensen met een ijzeren geheugen, een uitstekende fysieke conditie,  een verstandige levensstijl en een BMI tussen de 20 en 25 als gezond gelden, verklaren we wel erg veel mensen ziek of potentieel ziek. Daar schieten we niets mee op. De mensen die niet aan dat ideaalbeeld kunnen beantwoorden worden daar niet beter van, en het ideaalbeeld zelf ondermijnt de zorgzaamheid voor elkaar. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de steeds weer opkomende discussie over zorgpremies. Moeten mensen die roken en te veel te vet en te zoet eten niet meer premie betalen dan degenen die zich netjes aan de regels houden?
Dat brengt mij op twee andere dingen waar ik graag wat over wil zeggen.

—Niet de ziekte, maar de zieke moet centraal staan
Als we naar zieke mensen kijken, doen we dat in de regel volgens het klassieke medische ziektemodel: we zoeken naar biologische oorzaken van ziekten, en proberen ziekte vaak met behulp van ingrepen in iemands biologische huishouding te genezen. We kijken naar ons lichaam als een machine, en een machine mag niet haperen. Maar wie ziekte reduceert tot haperende biologische mechanismen, doet de zieke patiënt tekort.
Wie het boek ‘Onverklaarbaar bewoond’ van verpleeghuisarts Bert Keizer heeft gelezen, waarin hij het werk van neurochirurgen beschrijft, beseft dat een arts weliswaar tevreden kan zijn over het door hem behaalde resultaat, maar dat dit niet impliceert dat het leven van zijn patiënt er ook beter op is geworden.
Aan het machine-denken komen wij  als sociale en betekenisgevende wezens tekort. We zitten veel ingewikkelder in elkaar dan dat, met allerlei soorten factoren – biologische, sociale, culturele, psychologische, erfelijke – die elkaar wederzijds beïnvloeden.
Onze gedragingen en gevoelens komen tot stand in een dynamisch netwerk waarin al die invloeden een rol spelen, en die medebepalen welk verhaal wij erover vertellen en hoe wij ons leven waarderen en beleven.
Toch zijn er maar weinig dokters die net zoals kinderlongarts Paul Brand zeggen: ‘Ik ben er voor zieken, niet voor ziektes.’

—Van individu naar omgeving en terug
Het is niet alleen zo dat ziekte vaak wordt gezien als een defect biologisch mechanisme dat gerepareerd moet worden. Ook beschouwen artsen de zieke mens als een op zichzelf staande entiteit. Maar voor lichamelijk én psychisch zieke mensen zou het veel beter zijn als ook naar hun omgeving als mogelijke ziekmaker wordt gekeken.

De psycholoog Philip Zimbardo heeft de gouden regel dat we eerst moeten onderzoeken of er factoren zijn in iemands omgeving die diens zieke of afwijkende gedrag kunnen verklaren. Pas als die factoren in kaart zijn gebracht, kunnen we ons vizier richten op het individu zelf.
Ik vind dat een heel terechte houding. Het is geen kunst om lichamelijk en geestelijk gezond te blijven in een omgeving waar geen fijnstof is, geen criminaliteit, geen foute vrienden, geen dreigend werk- of baanverlies, geen doorlopend aanbod van drank, tabak en hamburgers, geen overlast, geen geweld, geen kiloknallers en geen geldproblemen.
Daarmee wil ik niet zeggen dat mensen geen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen gedrag. Maar laten we ook goed kijken naar iemands omgeving. Ziekte treft een persoon, maar dat is geen reden om de oorzaken ervan en de oplossingen ervoor ook alleen bij die persoon te zoeken.

—Gezondheid moet weer een middel worden in plaats van een doel
In het begin van mijn verhaal zei ik: ‘Gezond zijn is niet hetzelfde als je gelukkig voelen, of een prettig leven leiden. En dat is toch waar het in de gezondheidszorg om moet gaan.’ Toch zien we dat gezondheid tegenwoordig geen middel meer is om een zo prettig en goed mogelijk leven te leiden, maar dat het een doel op zichzelf is geworden. We zijn bang geworden voor ziekte, juist omdat we gezondheid bepalend hebben gemaakt voor geluk.

We wensen mensen een goede gezondheid toe, en dat is altijd aardig bedoeld, maar iedereen weet hoe lastig het is om dat tegen iemand te zeggen die bijvoorbeeld chronisch aan kanker lijdt. Kan hij daarom niet meer gelukkig zijn? Door gezondheid en geluk op één lijn te stellen, diskwalificeren we alle mensen ‘met een vlekje’, of dat vlekje nou lichamelijk of geestelijk is. We ontzeggen hen de mogelijkheid op een gelukkig leven; dat kunnen zij immers niet bereiken. Maar dat is niet waar.Mensen die chronisch ziek zijn en die hebben geleerd om met hun ziekte om te gaan, kunnen een heel ander verhaal vertellen. Een verhaal dat gaat over veerkracht, mentale veerkracht.

—Maak mensen verantwoordelijk voor wat ze nog wél kunnen
Daarmee wil ik ziekte niet bagatelliseren, laat staan romantiseren. Ik ben zelf mijn moeder op een mensonterende manier verloren aan kanker. Ik heb, helaas, ook bij de kist gestaan van een leeftijdsgenoot die zelfmoord pleegde.
Ziekte kan wel degelijk dodelijk zijn, of tot waanzin drijven. Maar ziekte betekent niet dat we niet meer kunnen genieten van het leven. Want dat kan wel. Daarvoor moeten we onderzoeken wat we wél willen en kunnen, wat nog wél binnen ons bereik ligt, waar we ons wél voor kunnen en willen inspannen. Ziekte maakt geluk niet onbereikbaar.
Dat betekent dat niet alleen patiënten en hun naasten, maar ook artsen op een andere manier naar ziekte en zieke mensen moeten kijken. Tot nu toe gebeurt dat vooral in discussies over eindeloos doorbehandelen en over een zelfgewild levenseinde. Maar ja, dan is het leven al voor een groot deel voorbij. Het zou beter zijn als we al veel eerder in dat leven luisteren naar mensen, en hen helpen om te gaan met wat ze mankeren. Dat maakt het bovendien mogelijk hen een plaats geven bínnen in plaats van búíten onze samenleving.
Dan maak je iemand verantwoordelijk voor wat hij nog wél kan – een zo goed mogelijk leven leiden –  in plaats van verantwoordelijk waarin hij is mislukt: gezond blijven.

—Veerkracht en zelfmanagement
Als je inzet op wat iemand nog wel kan en hem de regie over zijn leven teruggeeft, is dat bovendien nog goedkoper ook dan hem eindeloos in een behandeltraject houden. De Nijmeegse psychiater Jan Spijker betoogde onlangs dat chronisch depressieve patiënten weinig baat hebben bij weer een nieuwe behandeling van weer een nieuwe psychiater, maar dat ze daar vaak wel op uitkomen omdat artsen vanuit een ziektemodel denken. Chronisch depressieve patiënten hebben veel meer aan een hulpverlener die zich met de patiënt richt op zelfmanagement, stelde hij. En dat geldt waarschijnlijk voor veel meer mensen met een chronische lichamelijke of psychische ziekte.

Wanneer we veerkracht en zelfmanagement in ziekte en zorg tot uitgangspunt nemen, doen we de mens, die de patiënt toch vooral is, veel meer recht. Dat vraagt wel om een herijking van de arts-patiënt-relatie, waarbij mondige patiënten niet als lastpakken worden gezien. De arts moet, in de woorden van hoogleraar neurologie Bas Bloem, van een God een gids worden.
Gezondheid is een mooi iets. Maar je gekend, gewaardeerd en gelukkig voelen, is veel beter.

 

***Deze column is uitgesproken tijdens de bijeenkomst ‘Patiënt: klant of koning?’ van de Jonge Socialisten en het CDJA op 31 mei 2013 in de Balie, Amsterdam.

Een gedachte over “Het klassieke medische ziektemodel maakt ons nodeloos ziek, en ongelukkig bovendien

  1. j.prins

    Helemaal mee eens, na een verhuizing en nieuwe relatie, was alles wat aan de hoge kant, ik probeerde mijn nogal moeilijke situatie uit te leggen, maar daar was ze niet voor zei ze, dat was een ander vak. Ben verder weggebleven, had geen zin in al die pillen

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *