Het KOLDER-syndroom: ADHD en de media

Het is opvallend dat juist volwassenen en kinderen met ADHD een bijzonder kritische pers krijgen. Een bevooroordeelde pers, lijkt het soms wel. De berichtgeving over autisme is in de regel genuanceerder. Documentaires  als ‘Jeroen Jeroen’ en ‘De regels van Matthijs’, over de pijn en het verdriet van mensen met autisme en hun omgeving, kennen voor zover ik weet geen ADHD-tegenhanger. ADHD komt juist in het nieuws als een onzin-diagnose, als een aandoening die niet bestaat – behalve dan als aanstelleritis. Hoog tijd om de pers van een passende diagnose te voorzien.

En die diagnose heb ik voor u. Wat ADHD betreft, lijden veel media aan het KOLDER-syndroom. Ik zal zo meteen uitleggen waar de afzonderlijke letters voor staan, maar ik verzeker u, het is een ernstige aandoening die we niet moeten onderschatten. Een aandoening die vaak niet goed wordt herkend, omdat degenen die eraan lijden, haar bagatelliseren of zelfs ontkennen. Een aandoening waarover je weinig leest, want ook de directe omgeving van deze patiënten – hun collega’s, eindredacteuren en chefs – lijdt niet zelden aan het KOLDER-syndroom. Uit die hoek hoeven we dan ook geen suggesties voor corrigerende gespreks- of gedragstherapieën te verwachten, integendeel. De omgeving koldert lekker mee, en vindt het syndroom juist getuigen van normaal journalistiek gedrag.

Kortzichtig

Een van de grootste problemen van het KOLDER-syndroom is dus gebrek aan ziekte-inzicht. Zoals alle hulpverleners weten, is het verduveld lastig om iemand met gebrek aan ziekte-inzicht zover te krijgen dat hij instemt met een behandeling. Want ja, die heeft hij toch helemaal niet nodig? Dit is precies wat we zien bij de media, en waar de eerste letter van het syndroom, de K, voor staat: Kortzichtigheid.

Want hoevelen van jullie hebben niet aangeboden om journalisten die een artikel schreven over ADHD te woord te staan? Hoevelen van jullie hebben zich niet suf getwitterd, brieven geschreven en mails gestuurd met daarin de vraag: luister nou ook eens naar mij? Om zo een eind te kunnen maken aan die Kortzichtigheid?

Maar luisteren gebeurt tot nu toe nauwelijks. Waarom niet? Omdat op jullie verzoeken en vragen de Kortzichtige redenering wordt toegepast. En die Kortzichtige redenering gaat als volgt. Mensen met ADHD die willen dat hun verhaal serieus wordt genomen, zijn mensen die geloven in een label dat hen is opgeplakt door artsen en bedrijven die aan hun ziekte willen verdienen. Mensen met ADHD snappen niet dat ze geen probleem hebben, en alleen maar problemen maken! Die willen erkenning voor iets wat er niet is! Die leven in hun eigen waan, en mensen met wanen, daar hoef je niet naar te luisteren!

Tot zover de K van Kortzichtig.

Onnozel

Hoewel het binnen de journalistiek een goede gewoonte is om naar zo veel mogelijk mensen te luisteren en  zo veel mogelijk informatie te verzamelen en pas daarna je artikel te schrijven of documentaire te maken, vinden de KOLDER-patiënten dat in het geval van ADHD niet zo nodig.  Journalisten zijn ervan overtuigd dat ze de deskundigen hebben gehoord die ertoe doen. Want die deskundigen horen en zien en lezen ze ook bij andere media. Het feit dat journalisten een grotendeels overlappende kaartenbak hebben die ze zelden vernieuwen, is voor hen een bewijs dat het niet nodig is om op zoek gaan naar meer en andere deskundigen. Ze putten allemaal uit dezelfde bronnen, en zien in het feit dat hun artikelen, documentaires en radiogesprekken elkaar voortdurend bevestigen, het bewijs van hun eigen gelijk.

Hoe noemen we dat? Onnozel. De tweede letter van het KOLDER-syndroom.

Laks

Die onnozelheid is niet onschuldig , maar een keuze. Een keuze voor een Lakse manier van werken. Daar hebben we de L te pakken. Maar dat ze laks zijn, dat zullen ze zelf natuurlijk nooit zeggen. Hoewel journalisten andere beroepsgroepen voortdurend de maat nemen, zijn ze ervan overtuigd dat ze zelf prima werk leveren. Kritiek daarop laat alleen maar zien dat de critici zich vastbijten in hun eigen gelijk, niet dat er misschien ook een ander verhaal te vertellen is. En dat is merkwaardig.

Eigenlijk, vind ik, zou een journalist die een onderwerp bij de kop neemt, hetzelfde te werk moeten gaan als een wetenschapper: hij heeft een hypothese, in dit geval: ADHD is aanstelleritis, en gaat vervolgens op zoek naar opvattingen en onderzoek om die hypothese te verwerpen. Nu weten we dat wetenschappers deze aanpak ook lang niet altijd toepassen, dus misschien is het te veel gevraagd om dit van journalisten te verwachten. Minder journalisten moeten meer doen en onder een grotere tijdsdruk dan vroeger. Ze hebben te maken met keiharde deadlines, dalende oplagecijfers en dreigende bezuinigingen. Onder die druk gebeurt het omgekeerde: er worden opvattingen en onderzoeksgegevens verzameld die de eigen hypothese – ADHD is aanstelleritis –  juist bevestigen.

Drammerig en Eenzijdig

Soms is het zelfs een keuze om zo te werk te gaan. Zo luidt punt 4 van de ZEMBLA-methode: ‘ZEMBLA heeft een mening en neemt stelling’. Helaas lijkt het erop dat die mening al van tevoren is bedacht, en niet wordt gevormd tijdens het verzamelen van materiaal.  Omdat ZEMBLA vindt dat ADHD niet meer is dan je heel druk gedragen, neemt het programma stelling – want ja. ZEMBLA neemt stelling – tegen het slikken van pillen door kinderen met ADHD. En terecht, want tegen alledagenheeldruk hoef je geen pillen te slikken!

Het resultaat van deze combinatie van Kortzichtigheid, Onnozelheid en Laksheid is een ééndimensionele boodschap: ADHD is een onzindiagnose, en pillen slikken is daarom onnodig en zelfs gevaarlijk. Om die boodschap goed over het voetlicht te krijgen, laten kolderende journalisten alleen mensen aan het woord met negatieve ervaringen over (1) het krijgen van de diagnose en (2) de behandeling met medicatie. En ze monteren deskundigen-gesprekken op zo’n manier dat die aansluiten bij wat de makers van tevoren al vonden. Zo ontstaat een verhaal dat geen recht doet aan de complexe kanten van herkenning, diagnostiek en behandeling. Een Drammerig en Eenzijdig verhaal.

De vierde en vijfde letter van het KOLDER-syndroom.

Respectloos

Ik raad mensen die gevraagd worden om mee te werken aan een televisiedocumentaire dan ook altijd aan om eerst te vragen wat de mening van de programmamakers is. Voor je het weet zit je met je in stukken geknipt standpunt mee te werken aan een uitzending die precies het tegenovergestelde doet van wat je wilde: informeren en destigmatiseren.

In plaats daarvan, en daarmee heb ik de laatste letter van het KOLDER-syndroom te pakken, help je een Respectloos verhaal de wereld in – respectloos tegenover al die ouders en kinderen die van familie, kennissen en vrienden te horen krijgen dat ze ‘gewoon wat beter moeten opvoeden’ en zeker niet hun eigen kinderen mogen drogeren.

Kolderen

Hebben alle journalisten de kolder in de kop? Nee, natuurlijk niet. Maar ik denk wel dat er nog heel wat werk verzet moet worden om de stereotiepen die er zijn over ADHD de wereld uit te helpen. Vanmiddag zien we het beste antwoord op het kolderen van de media: Negeren & Presenteren. Precies wat de ADHD-glossy doet. Laat de kolderaars maar kolderen, en bouw je eigen feestje! Heel erg gefeliciteerd met dit magazine!

***Deze tekst is uitgesproken tijdens de presentatie van de ADHD-glossy op 10 oktober 2013.

2 gedachten over “Het KOLDER-syndroom: ADHD en de media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *