Ritalin en het streven naar perfectie

Ik ga u vertellen waarom het oké is dat we proberen ons functioneren te verbeteren met breinverbeteraars. Preciezer: waarom het oké is dat we proberen de werking van ons geheugen en onze concentratie te verbeteren met behulp van Ritalin.

Onszelf verbeteren past in de trend die we door de geschiedenis heen zien. Mensen willen niet minder hard lopen, slechter zien, dommer, lelijker en zieker worden. Nee, daar willen we juist vanaf.
Waarom zouden mensen dan niet hun concentratie en hun geheugenwerking mogen verbeteren? Omdat er een pil aan te pas komt? Maar bloeddrukverlagers en statines zijn ook pillen. Die slik je tegen de kans op een ziekte waaraan je mogelijk vroegtijdig overlijdt. En dus mogelijk ook helemaal niet.

Ja maar, zult u tegenwerpen, als gezonde mensen Ritalin gebruiken, willen ze niet dood en ziekte op afstand houden, maar iets verbeteren wat al goed is. Dat betekent dat we elkaar alleen maar gaan opjutten. Daar wordt niemand gelukkig van.
En als het gewoon is dat gezonde mensen Ritalin gebruiken, kan dat er bovendien toe leiden dat mensen geschikt worden gemaakt voor bepaalde omstandigheden, in plaats van andersom. Maar als een omgeving te hoge eisen stelt, moet je die omgeving aanpakken, en niet degene die niet aan die irreële eisen kan voldoen.
Tenslotte is Ritalin een medicijn. Wanneer gezonde mensen medicijnen gaan slikken om beter te functioneren, worden we allemaal patiënt. Dan is de medicalisering van gedrag een feit, en dat moeten we niet willen.

Dat zijn best een paar interessante punten. Maar die heb ik ook.

Om te beginnen met het laatste: er bestaat geen waterscheiding tussen  mensen die een psychische aandoening hebben die baat hebben bij Ritalin, en ‘gewone gezonde’ mensen die het niet nodig hebben. Psychische aandoeningen zijn spectrumstoornissen, wat betekent dat u en ik meer of minder scoren op de symptomen die kenmerkend zijn voor een bepaalde aandoening. Daarom kunnen we de wereld niet onderverdelen in gekken aan de ene kant, en geestelijk gezonden aan de andere.
Vergelijk het met bloeddruk, iets wat je ook niet wel of niet hebt, maar iets wat hoger of lager is.

Een bepaalde bloeddruk zal een dokter als ‘verhoogd’ kwalificeren. Dat doet hij op grond van afspraken die medici daarover hebben gemaakt. Die afspraken liggen niet voor eeuwig vast. Zo werd acht jaar geleden de norm voor een verhoogde bloeddruk vastgesteld op 140; vóór die tijd was die norm 160. De norm voor een gezonde onderdruk verschoof ook: van 95 naar 90.
Noem het voortschrijdend medisch inzicht, noem het de kas spekken van de farmaceutische industrie, noem het angsthazerij van al die mensen die ‘voor de zekerheid’ toch maar een pilletje nemen – hoe dan ook slikken nu massa’s gezonde mensen pillen die dat vroeger niet deden.

We stellen niet alleen aan onze lichamelijke gezondheid hogere eisen. Ook voor onze psyche geldt dat we eerder problemen zien dan vroeger. En hoewel ik zeker vind dat we moeten kijken of we de omgeving kunnen aanpassen zodat iemand gemakkelijker kan ‘meedoen’, is dat lang niet altijd mogelijk.
Los daarvan vind ik dat iedereen de kans moet krijgen om binnen zijn eigen mogelijkheden het beste uit zichzelf te halen. Waarom mag een pil daarbij niet helpen? Waarom mag ik wel kunstmatig mijn bloeddruk laag houden, maar niet kunstmatig mijn concentratie op het gewenste peil brengen? Terwijl ik die concentratie hard nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen?

U kunt tegenwerpen dat de maatschappij op zo’n manier één groot ziekenhuis annex instelling voor geestelijke gezondheidszorg wordt. Maar we leven al in een groot ziekenhuis vanaf het moment dat we erin zijn geslaagd dood en ziekte voor het grootste deel op te schuiven naar ons levenseinde.
De zogeheten ‘kosten van de vergrijzing’ laten níét zien dat oude mensen gebrekkig en duur zijn, maar dat jonge mensen zelden ziek en gebrekkig worden. Dat was in 1870 wel anders, vertelde de Leidse hoogleraar Ouderengeneeskunde Rudi Westendorp me. Toen stierf de helft van de mensen al vóór hun puberteit, en maakten doodgravers kartonnen dozen voor zuigelingen, peuters en kleuters.
Die indrukwekkende vooruitgang valt u niet op. Allerlei interventies die ervoor zorgen dat u langer en gezonder kunt leven, maken inmiddels een vanzelfsprekend onderdeel van uw leven uit. En gaat u na uw 60ste alsnog wat mankeren, dan zijn er medicijnen en technieken beschikbaar die uw haperende functies aan de gang kunnen houden. Daardoor kunt u binnen uw eigen mogelijkheden blijven meedoen. Daar rekent u op, dat vindt u normaal.

De geestelijke gezondheid loopt wat dit betreft nog een stuk achter op de somatiek. Wat onze psyche betreft, zijn we veel calvinistischer, en houden we dokters graag buiten de deur. Een medicijn als Ritalin is dan ook alleen op recept te verkrijgen voor mensen met de diagnose ADHD.
Intussen wordt Ritalin illegaal gebruikt door gezonde mensen die zich beter willen kunnen concentreren. Vormen zij de voorhoede die medicalisering van normaal gedrag promoot?

De Nijmeegse hoogleraar Neurocognitieve psychiatrie Roshan Cools heeft onderzoek gedaan naar het effect van Ritalin bij gezonde mensen. Zij selecteerde uit een groep van ruim 1000 gezonde studenten de méést impulsieve en de mínst impulsieve studenten.
Ze kregen allemaal een dopaminepil – dopamine is een stof die ook voorkomt in Ritalin. Vervolgens bleek dat de hoogimpulsieve studenten cognitief voordeel hadden van de pil, maar dat de laagimpulsieve studenten er juist nadeel van ondervonden.
Hoe kan dat?
Hoe impulsiever je bent, hoe minder dopaminereceptoren er in je hersenen zitten. En dan werkt de pil goed. Maar heb je geen gebrek aan dopamine, dan krijg je er met het slikken van de pil te veel van; en daar heb je alleen maar last van.
Het effect op het geheugen liet hetzelfde zien: bij een goed werkend geheugen kun je de verpakking maar beter dicht laten.

Cools noemt dit in haar oratie ‘de paradox van cognitive enhancement’. Het idee dat een medicijnkast per definitie een breinverbeteraar is, is dus te simplistisch. Het hangt er maar vanaf of in een individueel geval sprake is van, zoals Cools dat noemt, ‘suboptimaal neurocognitief functioneren’.
Is dat niet zo, en is er sprake van een ‘hersenstoffelijk optimum’, dan heeft het geen zin om medicatie te slikken. Want iets wat al optimaal functioneert, raakt door extra medicatie alleen maar verstoord.

Ritalin blijkt bij nader inzien geen breinverbeteraar, maar een  ‘breinoptimaliseerder’. De vraag die we ons moeten stellen is daarom niet of we van iedereen perfectie kunnen eisen, maar of we mensen de mogelijkheid willen geven om te proberen ‘eruit te halen wat erin zit’.
Gunnen we iedereen zijn eigen hersenstoffelijk optimum, of niet?

 

***Deze column heb ik uitgesproken tijdens het Rathenau-debat ‘Iedereen perfect?!’  op 9 juni 2013 in Nemo, Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *