Author Archives: Malou-van-Hintum

workshop Braintime

29 januari 2016: Tijdens het Braintime Festival, waarop de resultaten van het Leidse Brain & Development Lab van prof. Eveline Crone worden gepresenteerd, leid ik twee keer de workshop ‘Alles wat je wilt weten over het leven van een wetenschapper’. Corpus, 13:00 – 16:30 uur.

publieksinterview Bram Bakker

17 december 2015: In Het Dolhuys interview ik psychiater en promotor van runningtherapie Bram Bakker over zijn laatste boek ‘Geluk uit een potje. Waarom we te veel slikken.’ Moeten de pillen in de ban? Of ligt het genuanceerder? Haarlem, 19:30 – 20:30 uur.

boekpresentatie op Eureka!Festival

29 november 2015: Tijdens het Eureka!Festival op zondag 29 november kun je je hart ophalen als je van koffie schenkende drones, minicolleges, klei eten en robotvoetbal houdt. Tijdens de opening wordt mijn boek ‘Wat wil Nederland weten?’ gepresenteerd. Westergasfabriek Amsterdam, 10:00 – 19:00.

dubbelinterview Van Osch en Haverkamp

15 oktober 2015: In Het Dolhuys praat ik met Brenda van Osch  (‘Het onvoltooide kind’) en Annemarie Haverkamp (‘Dolgelukkig zijn wij’) over de dilemma’s en keuzes die de geboorte van een ernstig gehandicapt kind met zich mee kan brengen. Haarlem, 19:30 – 20:30 uur.

gesprokenSex sells? Nee!

‘Seks, humor en angst trekken de aandacht, maar verbeteren meestal niet het verwerken van de boodschap. De beste manier om mensen te laten doen wat je wilt, is ze daarvoor hun eigen argumenten laten bedenken, zegt sociaal-psycholoog Matthijs van Leeuwen (Radboud Universiteit Nijmegen). Samen met twee collega’s onthult hij in ‘Hidden Persuasion’ hoe we verleid worden ons gedrag te veranderen, geld te doneren of producten te kopen.

‘Sex sells’ hoor je altijd, maar volgens u is dat een misverstand.

‘Seks, humor en angst trekken de aandacht, maar verbeteren meestal niet het verwerken van de boodschap. Seks en humor niet, omdat mensen wel de situatie onthouden maar niet de boodschap. En angst, zoals waarschuwingen op pakjes sigaretten – ‘rokers sterven jonger, ‘roken is dodelijk’ – roept weerstand op. Mensen willen zich niet onprettig voelen. Bij antirook-boodschappen is het zelfs zo dat stevige rokers boos worden op de tekst en er een tegenreactie kan ontstaan: ze krijgen nog meer trek.’

Worden er ook andere verkeerde strategieën gevolgd?

‘Ja, bijvoorbeeld de SIRE-campagnes tegen onbeschoft gedrag. In de betreffende filmpjes zien we mensen die zich onbeschoft gedragen, waarmee de boodschap wordt afgegeven dat dit gedrag normaal is – want iedereen doet het. Vervolgens hoor je helemaal aan het einde dat je je níét zo moet gedragen. Wat mensen onthouden, is het verkeerde voorbeeld. Je ziet vaak dat overheidscampagnes fout gedrag gebruiken om hun boodschap over het voetlicht te krijgen, maar dat werkt meestal niet.’

Welke beïnvloedingstechnieken zijn echte klassiekers? 

‘Een echte klassieker is de ‘door in the face’ (DITF) die straatverkopers vaak gebruiken. Hij werkt alleen in één op één- situaties waarin mensen zich graag sociaal wenselijk gedragen. Als je de DITF toepast, vraag je iemand eerst veel te veel, bijvoorbeeld 50 euro, en daarna het bedrag waar je echt op uit was, bijvoorbeeld 5 euro. Dat is dan ineens zo weinig voor, bijvoorbeeld, hongerige en zieke kinderen die onze hulp hard nodig hebben, dat mensen sneller geneigd zijn die 5 euro te betalen dan als je daar in eerste instantie om had gevraagd.

Een andere klassieker is de ‘foot in the door’. Je vraagt eerst iets kleins dat weinig geld of moeite kost, en daarna steeds iets meer/groters dat in lijn is met je eerste verzoek. Dat kan succes hebben omdat mensen graag consistent willen zijn. Wij hebben deze techniek toegepast in gemeenten waar mensen vuilnis naast de ondergrondse vuilcontainer zetten. We vroegen buurtbewoners of ze een stickertje op hun voordeur wilden plakken met bijvoorbeeld: ‘Een schone buurt is belangrijk’. Dat wilden de meesten wel. Vervolgens plakten we een grotere versie op de vuilcontainer. Mensen zagen hun eigen sticker terug, en gingen zich daarnaar gedragen. Het werkte beter dan verbodsborden.’

Wat werkt het allerbest?

‘Zelfovertuiging. Daar doen we nu verder onderzoek naar. Het lijkt er sterk op dat als mensen zelf twee argumenten kunnen bedenken waarom ze hun gedrag moeten veranderen, de kans heel groot is dat ze dat ook daadwerkelijk doen. Het moeten er niet veel meer dan twee zijn, anders wordt het te moeilijk. Dit werkt veel beter dan iemand “van buiten” met allerlei argumenten bestoken.’

‘Hidden persuasion. 33 Psychological Influence Techniques in Advertising’. Door Marc Andrews, Matthijs van Leeuwen, Rick van Baaren. BIS Publishers, Amsterdam 2013, 191 pgs.

Dit interview verscheen in Zorg + Welzijn, oktober 2014

gesprokenBuren zijn geen vrienden

Politici hebben de mond vol over de participatiesamenleving waarin mensen naar elkaar omzien. Maar die samenleving komt er niet vanzelf. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Lof der oppervlakkigheid’ dat onderzoeker Femmianne Bredewold vrijdag 10 januari aan de UvA verdedigde.

U hebt de contacten tussen burgers zonder en met beperkingen onderzocht. Ze houden het liefst afstand van elkaar. Verbaast u dat?

Je leest voortdurend dat mensen met beperkingen mensen met “mogelijkheden” zijn. Maar een grote groep mensen met verstandelijke beperkingen mist sociale en emotionele vaardigheden die nodig zijn in het onderlinge verkeer. Ze snappen bepaalde regels niet en kunnen niet reflecteren op hun eigen gedrag, waardoor ze erg boos kunnen worden. Dat leidt dan weer tot irritatie bij de andere partij, die niet begrijpt waarom iemand stampvoetend voor z’n voordeur staat.’

Onbegrip kun je verhelpen met voorlichting, of niet?

 ‘Meer openheid over wie er naast je woont, zou heel wat conflicten voorkomen. Maar vanwege de privacywetgeving schijnt dat niet te mogen. Ik snap dat je je aan bepaalde regels moet houden, maar ik vind dat hulpverleners zich hier wel erg gemakkelijk achter verschuilen.’

Verlopen contacten tussen gewone mensen en mensen met een psychische aandoening gemakkelijker?

 ‘Daar spelen stigma’s en vooroordelen een rol, maar zie ik wel meer mogelijkheden. Ziektebeelden zoals borderline en autismespectrumstoornissen bemoeilijken het contact, maar het zijn vooral de hulpverleners die diep vastzitten in de psychiatrische wereld. Zij worstelen met de vormgeving van het buurtgerichte werken voor deze mensen, terwijl ze die omslag wel moeten maken.

Buren zijn geen vrienden en willen dat meestal ook niet worden, zegt u. Welke waarde hebben de oppervlakkige contacten die u bepleit?

 ‘Het praatje met de visboer of de hondeneigenaar – een licht contact, dat in tijd en ruimte beperkt is – geeft mensen het gevoel dat ze onderdeel uitmaken van hun buurt. Wat ook goed helpt, zijn een eetcafé of een klussenproject waar mensen met een beperking actief zijn. Daar krijgen ze waardering, en kunnen ze wat terug doen. Die wederkerigheid zet een opwaartse spiraal in werking.’

Intussen moeten zorgprofessionals meehelpen om onrealistische verwachtingen van politici waar te maken.

 ‘Ik hou m’n hart vast. Zorg- en welzijnsorganisaties moeten veel kritischer zijn op wat er staat te gebeuren en aan de bel trekken bij onrealistische verwachtingen. Als je zomaar steeds meer mensen die dat niet aankunnen in de samenleving plaatst, is de kans groot dat de problemen tussen mensen met en zonder beperkingen toenemen. Dan kunnen hulpverleners weinig meer doen dan brandjes blussen.’

‘Lof der Oppervlakkigheid. Contact tussen mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking en buurtbewoners’. Door Femmiannne Bredewold. Van Gennep, Amsterdam 2013, 224 pgs.

Dit interview verscheen in Zorg+Welzijn, januari 2014

Normaal, wat is dat eigenlijk?*

We gunnen iedereen de kans om net zo normaal te zijn en net zo normaal mee te doen als wijzelf. Dat klinkt heel nobel, maar er zit een addertje onder het gras. Een forse adder, eigenlijk. Dat vertellen mensen die afwijken van de algemene norm, maar die niet willen normaliseren op de manier die omgeving en maatschappij het beste uitkomt. Wat wij als hun bevrijding zien – je kunt weer horen! Je bent bijna net zo lang als wij!  – zien zij als een ontkenning van wie zij zijn. Ze mogen niet zijn zoals ze zijn, ze moeten passen in het keurslijf van de ‘normale meerderheid’.

De Amerikaanse onderzoeker en publicist Solomon schrijft in zijn boek ‘Ver van de boom’ over de ervaringen van Deborah Kent. Deborah is blind geboren. Ze zegt dat ‘blind’ voor haar een neutraal kenmerk is, net zoals haarkleur. ‘Ik verlangde net zo min om te kunnen zien als naar een paar vleugels’, zegt ze.

Deborah werd zwanger. Haar man hoopte heel erg dat de baby zou kunnen zien, en daar zit precies Deborah’s pijn. Voor haar is haar blindheid een identiteit; voor haar man is het een ziekte. Solomon, die zelf homoseksueel is, schrijft: ‘Ik stel me voor hoe ik me zou voelen als mijn broer vurig zou wensen dat mijn neefjes hetero zouden zijn en iedereen zou opbellen om hen in de vreugde te laten delen als dat ook zo zou blijken te zijn. Het zou me pijn doen. Blind zijn en homo zijn is niet hetzelfde, maar wat wel hetzelfde is, is dat je iemand bent die anderen liever niet zouden willen zijn.’

Willen we normaliseren omdat we anderen willen helpen? Of willen we normaliseren omdat we het zelf onverdraaglijk vinden dat anderen te veel verschillen van ons gezonde, vrolijke, fitte zelf? Of vinden we ze doodgewoon te lastig in ons hectische ‘je moet op de toppen van je kunnen presteren’ – leven?

Een dovenactiviste zegt (en ik citeer weer uit het boek van Solomon): ‘We willen of hoeven niet horend te worden om onszelf als normaal te kunnen beschouwen. Voor ons betekent vroegtijdige interventie niet koptelefoons, versterkers en aan kinderen leren hoe ze er zo horend mogelijk kunnen uitzien. Goede vroegtijdige interventie zou moeten  inhouden dat dove kinderen en horende ouders vroeg in aanraking worden gebracht met gebarentaal en ruime gelegenheid krijgen om te communiceren met doven die gebarentaal gebruiken. We vormen een minderheidsgroep met een eigen taal, cultuur en erfgoed.’

Moeten we iedereen met een aandoening zijn eigen cultuur gunnen, en identiteiten bouwen op kenmerken die de één een stoornis of afwijking noemt, en de ander een kwaliteit? Het lijkt erop dat we tussen die twee dingen moeten kiezen: je doet mee, en dan is er niets aan de hand, of je doet niet mee, en dan ben je een patiënt, een geval. Iemand die hulpverleners kunnen scoren op afvinklijstjes, van wie ze de plussen en minnen kunnen aankruisen, om onder de streep de uitkomst te bekijken. Het verhaal van zo iemand moet passen in een format, en zijn klachten moeten behandeld worden volgens algemene de richtlijnen.

Maar een individu is nooit ‘algemeen’. Hij of zij heeft unieke kenmerken, mogelijkheden en voorkeuren. Eigen ambities, verlangens en veerkracht. Een sociale omgeving die voor iedereen verschillend is. Mensen zijn niet hetzelfde, en dat zijn ze als patiënten ook niet. Dat vraagt om een contextuele benadering en behandeling. Ook als die patiënt nog een kind is.

Een van de ontroerendste films die ik onlangs heb gezien, was The Imition Game. Deze film vertelt het verhaal van Alan Turing, de man die het codeersysteem van de nazi’s kraakte. Turing was een hoogbegaafde wiskundige, had autisme en was homoseksueel. In 1952 werd hij veroordeeld voor sodomie en kon hij kiezen: gevangenisstraf, of chemische castratie. Hij koos voor het laatste, en werd – aldus de film – een zombie-achtige schim van zichzelf. Hij pleegde een jaar later zelfmoord.

Tegenwoordig menen we dat wel veel ruimdenkender zijn. Ik vraag het me af. We mogen dan als maatschappij toleranter zijn geworden tegenover homo’s, veel andere minderheden hebben nog het nakijken. Mensen met fysieke handicaps zijn zielig, en mensen met psychische aandoeningen doen gewoon niet genoeg hun best. Het keurslijf van de gezonde, fitte, vrolijke, sociaal aangepaste en zelfredzame burger past ons allemaal! Wie daar uit zichzelf niet instapt, kan best een beetje geholpen worden. Door u als hulpverleners bijvoorbeeld. Maar hoe ver wilt u daarin gaan?

In The Imitation Game zegt de vrouwelijke hoofdrolspeelster tegen Alan Turing: ‘Soms doen mensen van wie niemand iets verwacht, dingen die niemand zich kan voorstellen’. Laten we niet vergeten dat variatie en diversiteit nodig zijn om onorthodoxe oplossingen te vinden, om out of the box te kunnen denken. Juist de mensen die door hun fysieke of geestelijke ‘afwijkingen’ buiten de cirkel van de normaliteit staan, kunnen ons handreikingen bieden om op een verrassende manier met het leven om te gaan, en vergezichten openen die we uit onszelf nooit hadden verkend, laat staan ontdekt.

Ik hoop dat u hen wilt steunen op de manier die bij hen past, en die hen helpt hun ambities en verlangens te realiseren. Met ons, en tussen ons. Zoals iemand op twitter zei: ‘Dat het gewoon is, dat ik er ook ben.’

*Samenvatting van de lezing die ik hield op het Congres Vroegsignalering en Vroeghulp, 12 februari 2015, Zwolle.

 

 

lezingen boekenweek

Lezingen naar aanleiding van het boekenweekthema ‘Te gek voor woorden’.

Zutphen, 5 maart 2015: Broederkerk (precieze tijd volgt nog).

Zwolle, 10 maart 2015: Stadkamer  (precieze tijd volgt nog).

Didam, 11 maart 2015:  Bibliotheek, vanaf 20:00.

interview Erik Scherder

19 feb 2015: gesprek met Erik Scherder naar aanleiding van zijn boek ‘Laat je hersenen niet zitten’. Over de relatie tussen onze lichamelijke en geestelijke conditie. Het Dolhuys, Haarlem, 19:30 – 21:00 uur.

gelezenDe tirannie van de meerderheid

Ver van de boom - Andrew SolomonAndrew Solomon, ‘activist en filantroop op het gebied van rechten van seksuele minderheden, geestelijke gezondheid, onderwijs en de kunsten’, zoals de biografie achterin zijn lijvige boek vermeldt, werkte tien jaar aan ‘Ver van de boom’. Een opmerkelijk en ontroerend boek waarin ‘normaal zijn’ maar één variant blijkt van menselijk gedrag. Een dominante, imperialistische variant, dat wel. Want normaal zijn wil toch iedereen? En dus wordt alles op alles gezet op mensen die afwijken van de norm te helpen, of te voorkomen dat ze worden geboren.
Cochleaire implantaten zijn fijn voor doven, want dan kunnen ze weer horen – maar willen ze dat zelf eigenlijk wel? Is ledemaatverlenging  bij dwergen – waarbij hun botten tijdens hun kindertijd en puberteit jarenlang keer op keer worden gebroken, totdat de maximale lengtewinst van 36 centimeter is geboekt – een vorm van marteling door een maatschappij die conformiteit afdwingt, of een pijnlijke maar goede manier van correctief ingrijpen? Niemand wil een kind met een handicap, dus mooi toch dat je zo’n zwangerschap kunt afbreken?

‘Van mij hoeft niemand homo te zijn, maar het idee dat er niemand meer homo zou zijn, maakt dat ik mezelf nu al mis’, schrijft Solomon. Zijn boek is een indrukwekkend pleidooi voor diversiteit, zonder verschillend zijn of een aandoening hebben te romantiseren. Wat hij de lezer vraagt, is open en onbevangen te luisteren naar de gevoelens van mensen die afwijken van de dominante norm. Mensen die niet alleen voortdurend horen dat ze blij moeten zijn met elke ‘correctie’ die hen dichter bij de normaliteit brengt, maar die het ook verweten wordt wanneer zij die aanpassing weigeren. We hangen allemaal ontzettend aan individuele keuzevrijheid – maar wel binnen de kaders van de heersende normaliteit.
Dat de ‘normale wereld‘ stekeblind en stokdoof is voor de verhalen en verlangens van mensen die afwijken van die norm, is een grotere maatschappelijke handicap dan echte doofheid en blindheid zelf.

Ver van de boom. Als je kind anders is’. Door Andrew Solomon. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2013. 1054 pgs, €49,95

dagvoorzitter Breinproductendag

4 december 2014: Tijdens de Breinproductendag worden de resultaten van het NWO onderzoeksprogramma ‘Hersenen en Cognitie: maatschappelijke innovatie’ gepresenteerd. Van computerspel tot Deep Brain Stimulation. Congrescentrum Supernova, Utrecht.